Alles wat u nog wilt weten

Onderzoeken van uw baby

De hielprik

In de 1e week na de geboorte van uw kind komt de wijkverpleegkundige bij u thuis voor de hielprik. Uit de hiel van uw baby wordt dan wat bloed afgenomen. Dit wordt onderzocht op verschillende zeldzame, maar ernstige ziekten. Het betreffen ziekten van de stofwisseling, van de bijnier, de schildklier en van het bloed. Deze ziekten zijn vaak erfelijk en kunnen ernstig verlopen, tenzij op tijd ontdekt via de hielprik. Dan kan tijdig een behandeling worden gestart met medicatie of een dieet, zodat schade in de ontwikkeling van uw kind wordt voorkomen. Het is niet verplicht om de hielprik te laten doen, maar wel wenselijk in verband met de gezondheidswinst die met het onderzoek bereikt wordt. De bloedziekte waarop getest wordt is sikkelcelziekte. Dit is erfelijke bloedarmoede. Behalve dat het bloed op de ziekte onderzocht wordt, kan ook gekeken worden naar dragerschap. Dragers zijn zelf niet ziek, maar kunnen het dragerschap wel doorgeven als ze zelf kinderen krijgen. Als uw kind drager is dan krijgt u hier ook bericht over, tenzij u dit niet wilt weten. Geef dit dan aan bij de wijkverpleegkundige die de hielprik uitvoert. Als de uitslag afwijkend is, dan hoort u dit binnen 3 weken en wordt er verder onderzoek ingezet. Daaruit kan alsnog blijken dat uw kind niet ziek is (foutpositieve uitslag de eerste keer). Verder geldt: geen bericht is goed bericht.

De hielprik

Meer informatie vindt u op de website van het RIVM

De gehoortest

Tegelijk met de hielprik wordt door de wijkverpleegkundige de gehoortest uitgevoerd. Het onderzoek is niet pijnlijk, uw kind krijgt alleen even een klein dopje in de oren. Bij een twijfelachtige uitslag wordt de test een paar weken later opnieuw gedaan.